Oera Linda boek blijkt van Eeltje en Joost Halbertsma

Leeuwarder nieuws

Oera Linda boek blijkt van Eeltje en Joost Halbertsma

Dat het Oera Inda Boek een mystificatie is, is al in de 19de eeuw bewezen, maar over het auteurschap van het curieuze boek wordt tot vandaag gesteggeld.  Ook daaraan komt een einde, nu bewezen is, dat de gebroeders Eeltje Halbertsma (1797-1858) en Joost Halbertsma (1789-1869) het Oera Linda Boek hebben geschreven.


Eeltje Halbertsma was arts en volksschrijver. Hij schreef ook het volkslied van Friesland. Joost Halbertsma was predikant, taalkundige en schrijver. De Halbertsma's waren daarvoor al eerder in beeld, maar het overtuigende bewijs kon toen niet geleverd worden.

Voor het onderzoek van het auteurschap van het Oera Linda Boek is dezelfde methode gevolgd als in het geval van het onderzoek naar het auteurschap van de Rijmkroniek van Klaas Kolyn, dat het bewijs opleverde, dat de beroemde 17de eeuwse historicus en classicus Petrus Scriverius de schrijver is geweest van de Rijmkroniek. De methode bestaat uit het opstellen van een daderprofiel, zoals door de politie wordt gehanteerd bij het oplossen van misdrijven als moord en brandstichting. Omdat er geen andere bronnen of getuigenissen zijn, wordt het daderprofiel opgesteld aan de hand van kenmerken van de gemystificeerde tekst. Afhankelijk van de mate van detail levert dit een aantal verdachten op. Vervolgens worden deze kenmerken getoetst aan andere publicaties van potentiële mystificatoren en wordt een onderzoek ingesteld naar omstandigheden en eventuele motieven van de mogelijke daders om gebruik te maken van anonimiteit.

In het geval van het Oera Linda Boek werd een eerste aanknopingspunt gevonden in de cryptische weergave van de naam van Eeltje Hiddes als de zogenaamde twee schrijvers van eerdere versies van het Oera Linda Boek: Liko en Hiddo. De naam Liko was al eerder door Obbema en van der Meij in verband gebracht met Eelco (zowel Eelco Verwijs als Eeltje Halbertsma), maar voor Hiddo was geen goede kandidaat gevonden. Genoemd wordt een zoon van Joost Halbertsma, maar van diens betrokkenheid bij het werk van zijn vader en oom was niet eerder gebleken. Ook wordt Hiddo in verband gebracht met de amanuensis van de Provinciale Bibliotheek van Friesland, maar dat was ver gezocht. Daarop werd het vermoeden uitgesproken, dat niet twee personen bedoeld werden maar een voornaam en vadersnaam (Eelco Hiddes), waarbij de mogelijkheid bleef bestaan van samenwerking van Eeltje en Joost Halbertsma. Eeltje Halbertsma trad immers vaak op als uitgever voor zijn broer.

Simon Gabbema
Het idee van een oeroude Friese beschaving lijkt ontleend te zijn aan Simon Abbes Gabbema (1628-1688), geschiedschrijver van de Staten van Friesland, die zijn sporen heeft verdiend door de aanleg van een grote collectie boeken en handschriften over de Friese geschiedenis, waaronder de Codex Roorda, en ca. 12.000 brieven, waaronder brieven van Erasmus. Op historisch gebied heeft hij teleurstellend weinig gepresteerd. Zijn levenswerk heeft ook niets met de geschiedschrijving van doen, maar gaat over de flora: 'Friesche Lvst-gaarde ofte Boom-Heester-Bloem-en Kruyd-Waarande'. In het voorwoord hiervan schrijft Gabbema, dat de kennis van kruiden al een reeks van jaren voor de geboorte van Christus bij de Friezen bekend was. In dit verband noemt hij Apollo als uitvinder van de medicinale werking van kruiden. Deze Apollo vinden we in het Oera Linda Boek als Apol terug als echtgenoot van Adela. Het is opmerkelijk, hoe vaak medicinale kruiden en toverkruiden in het Oera Linda Boek voorkomen. Nog frappanter is, dat Gabbema de eerste is geweest, die in zijn studententijd in Groningen een gedicht in een eigengemaakt soort Oud-Fries heeft geschreven, dat op de Academie van Franeker werd voorgedragen, maar wel in Groningen werd gepubliceerd. In feite is de Friese Beweging met Simon Gabbema begonnen. Het is dus goed mogelijk, dat Gabbema de Halbertsma's tot het Oera Linda Boek in het Oudfries heeft geïnspireerd.

Bewijs
De bevestiging van het vermoeden, dat het duo verantwoordelijk was voor de mystificatie kwam tot stand door vergelijking van specifieke kenmerken van het Oera Linda Boek.

1. Jaartelling. In het Oera Linda Boek wordt een jaartelling gebruikt die afwijkt van alle andere jaartellingen, namelijk gerekend vanaf het verzinken van Aldland (het oude land), dat wel beschouwd wordt als het Atlantis van het Noorden. Joost Halbertsma schreef een verhandeling over de tijdrekening.

2. Maandnamen. In het Oera Linda Boek worden afwijkende maandnamen gebruikt, zoals Wolvenmaand, Sellemaand, Herdemaand, enz. Die maandnamen blijken te zijn ontleend aan Oudengelse maandnamen, ontleend aan Beda Venerabilis.  Joost Halbertsma maakte enkele reizen naar Engeland en schreef over het Oudfries en het Oudengels, maar in het bijzonder wijdde hij een artikel aan de etymologie van de Sellemaand (= pannekoenmaand, februari).

3. Christus in Tibet. In het Oera Linda Boek komt een uitvoerige passage voor over de donkere jaren van Jezus Christus, de periode tussen diens geboorte en kruisdood. Volgens het apocriefe Thomas Evangelie (Actae Thomae) kreeg Jezus Christus in die jaren zijn opleiding tot geloofsleraar in Tibet bij de Hindoes en Boeddhisten. In het Oera Linda Boek krijgt Christus de bijnamen Fo, dat is de Chinese naam voor Boeddha (door Ottema onjuist vertaald als vals - Frans faux) en Boeddha ofwel buidel. Het Oera Linda Boek verhaalt over de ontmoeting van Christus met een Friese slaaf in de Punjab, de streek in het zuiden van Afghanistan en Pakistan. Daaraan vooraf gaat een uitvoerige beschrijving van de deelname van de Friezen aan de veldtocht van Alexander de Grote door zich aan te sluiten bij diens admiraal Nearchus en een al even uitvoerige beschrijving van het landschap van de Punjab, dat volgens het boek even plat is als Friesland. De voorouders van de Friese slaaf zijn kennelijk in het gebied blijven wonen. Het is wederom de doopsgezinde predikant Joost Halbertsma geweest, die als eerste een boek schreef over de oorsprong van het Boeddhisme.

4. Taal. Het Oera Linda Boek is niet geschreven in het Westerlauwers, zoals te verwachten zou zijn op grond van de vindplaats Den Helder of de woonplaats van de Halbertsma's Grouw of Leeuwarden, maar in het Oudrüstringisch, het Friese dialect, dat gesproken wordt in Ost-friesland (D).  Het Oudrüstringisch wordt gekenmerkt door de uitgang -on in plaats van -en (hildon - hilden, bodon - boden) en de oude negatief nawet > navt (= niet), eigenlijk heeft niet, zoals in het Engels don't - do not wordt gehanteerd. Het Oudrüstringisch wordt gezien als ouder dan het Westerlauwers en als een taalfase, die volgt op het Gothisch. Joost Halbertsma schreef een verhandeling over restanten van het Gothisch in het Fries.

De conclusie, die hieruit getrokken mag worden, is, dat Eeltje Halbertsma als uitgever van het Oera Linda Boek zou functioneren,  maar dat het in belangrijke mate geschreven is door zijn oudere broer Joost Halbertsma, die daarin specifieke elementen uit zijn eerdere publicaties op theologisch en taalkundig gebied heeft verwerkt. Op beide gebieden is er sprake van een polemiek met geloofs- en vakgenoten. Op taalkundig gebied moet Hettema (Syrhed) het ontgelden, die voor het Fries Genootschap Oudfriese teksten publiceerde. Het polemische karakter van het Oera Linda Boek is de reden voor de verhullende mystificatie. Van publikatie is het, zoals we hierna zullen zien, niet gekomen.

Datering 1858
Waarschijnlijk is het Oera Linda Boek in de jaren 1856-1858 geschreven. In 1856 ging Joost Halbertsma, predikant in Deventer, met emeritaat, zodat hij tijd had om zich aan het schrijven te wijden. In 1858 (22 maart) overleed plotseling Eeltje Halbertsma. Het Oera Linda Boek eindigt midden in een zin... Enkele passages, die al wel in het boek waren vooraangekondigd, bleven ongeschreven. De genoemde periode klopt ook met andere zaken, die in het Oera Linda Boek worden genoemd, te weten de longziekte onder het vee, waarmee Friesland voor het eerst in 1842 werd geconfronteerd en de ontdekking van paalwoningen in Zwitserland in 1854. In die tijd is er in het bovenrijngebied in Zwitserland sprake van een goldrush, waarbij het goudhoudende sediment niet in goudpannen wordt 'gepand' zoals tegenwoordig, maar over opgespannen schapenvachten werd uitgegoten. Het Oera Linda Boek maakt melding van de goldrush met de verouderde techniek. Deze goldrush heeft Zwitserland als bankiersland op de kaart gezet.

Juulschrift
De discussie over de echtheid en het auteurschap van het Oera Linda Boek is steeds bezwaard geweest door de presentatie van het boek in een zelfgemaakt juulschrift (in de literatuur vaak aangeduid als runenschrift).  Deskundig papieronderzoek in 1876 wijst uit, dat het papier hoogstens 25 jaar oud is en afkomstig is uit Limburg.  Dit komt goed overeen met de berichten, dat het boek eerst in 1858 na de dood van Eeltje Halbertsma in handen van Cornelis over de Linden is geraakt, hoewel die bij hoog en laag beweerde, dat het boek al generaties in het bezit van de familie was. Dat klopt dus niet met de genoemde datering van de longziekte,  de paalwoningen en de goldrush.

Gegevens over, hoe Cornelis van der Linden aan het Oera Linda Boek is gekomen, ontbreken, zodat we het met een reconstructie moeten doen. Daarbij wordt er van uitgegaan, dat de omzetting in juulschrift in de periode 1858-1866 heeft plaatsgevonden. Dus feitelijk los staat van het Oera Linda Boek. De presentatie als pseudo-runenschrift op overlands papier volgt de tekst over de ontwikkeling van het staande en lopende schrift voor tekst en getallen afzonderlijk, zowel in majuskel als in minuskel. Er is sprake van een misinterpretatie van rvnskrift = runenschrift. Bovendien weten boekbinders als geen ander de papierkwaliteiten te beoordelen.

Stadermann
Vermoedelijk hebben boekbinder Ernest Stadermann (1820-1866) en zijn zoon boekhandelaar Heinrich Adalbert hier een rol in gespeeld. Ernest Stadermann was een collega van hellingbaas Cornelis over de Linden bij de Marine in Den Helder. Ze raakten bevriend. Stadermann was afkomstig uit Erfurt (Pruissen), waar hij werkte als boekbinder. Vanwege zijn deelname aan een agitatiegroep, vergelijkbaar met de Baader Meinhoff groep, kreeg hij een Berufsverbot opgelegd, nadat hij in het Proces Weiding als getuige was gearresteerd. De casus Stadermann haalde de jurisprudentie. Hij week in 1843 met zijn gezin naar Nederland uit en werd bij de Marine als tolk aangesteld. Zijn zoon Heinrich werd boekhandelaar. Hij trouwde met Elisabeth Vroom, dochter van Cornelis Vroom en de Friezin Martje Martens, winkelierster in Leeuwarden. Wellicht heeft Heinrich Stadermann het concept van het Oera Linda Boek opgekocht uit de boedel van Eeltje Halbertsma of is het hem aangeboden. Mogelijk hebben de Stadermannen het handschrift in een zelfgemaakt juulschrift omgezet en een poos in een palingrokerij in Enkhuizen (het ouderlijk huis van Andries over de Linden) gehangen om het oud te doen lijken (het vergeelde papier is aan de binnenkant wit) om het daarna voor goed geld aan Cornelis over de Linden te verkopen, zoals ook tegenwoordig nog onechte familiewapens bedriegelijk aan de man gebracht worden. Feit is, dat Cornelis over de Linden, die overtuigd was geraakt van de echtheid van het Oera Linda Boek, direct na het overlijden van Ernest Stadermann contact opnam met Eelco Verwijs voor de vertaling van het boek. Verwijs was overtuigd van de echtheid totdat Johan Winkler hem de onechtheid aantoonde en Verwijs zich van de zaak terugtrok en aan Winkler overdroeg. Ook het Fries Genootschap betwijfelde de echtheid, maar J.G. Ottema geloofde daar wel in en publiceerde het Oera Linda Boek, waar zo veel om te doen geweest is. Beckering Vinckers bewees  enkele jaren later in het Friese Genootschap de onechtheid van het Oera Linda Boek.

Samenvatting
Het Oera Linda Boek is een polemisch geschrift, dat door volksschrijver Eeltje en zijn broer predikant en taalkundige Joost Halbertsma werd geschreven. Het boek bleef onvoltooid door het overlijden van Eeltje Halbertsma in 1858. De presentatie in de vorm van een juulschrift staat los van het concept van de Halbertsma's en is vermoedelijk toegevoegd door Ernest Staderman en zijn zoon Heinrich. De presentatie als zelfgemaakt juulschrift (verkapt runenschrift) berust op een misinterpretatie van de tekst. De echtheid staat niet meer ter discussie.

website: www.rodinbook.nl


 

 

8-11-2010 21:39 0 reacties

Reacties (0)

Reactie plaatsen

Met het plaatsen van deze reactie gaat u akkoord met de voorwaarden

Overig Leeuwarder nieuws

Meer Leeuwarder nieuws