In 1965, toen ik 8 jaar was, emigreerde één van mijn oudere broers naar Canada. Mijn broer was 10 jaar ouder dan ik, wilde niet meer naar school en wist niet goed welke kant hij met zijn leven op wilde.
Mijn vader kon hem via een emigratiecentrale drie opties aanbieden: Zuid-Afrika, Australië of Canada. Binnen twee dagen koos hij voor Canada, waar hij een jaarcontract bij een boer kon krijgen.
Mijn moeder zwaaide hem uit in Rotterdam, samen met zijn beste vriend, op de kade van de Holland Amerika Lijn, waar nu Hotel New York staat. Nadat het jaar verstreken was, vond hij ander werk en hij ging ook weer studeren. Hij had zijn draai gevonden.
De contacten in die eerste jaren verliepen vooral per post. Er werden brieven geschreven, soms gewone en soms per luchtpost. Mijn moeder knipte altijd stukjes van Paulus Akkerman uit het Friesch Dagblad, over het gewone Friese leven en stuurde ze op naar Canada. Er werd niet gebeld, dat was erg duur. Wat moest je zeggen in drie minuten, die dan ook nog vijf of zes tientjes kostten.
Mensen die een lange reis door Canada hadden gemaakt, kwamen met films terug in Ferwert, waar mijn broer ook op stond. Zo´n film maken en vertonen was trouwens ook nog een hele expeditie, waarbij er gemakkelijk wat mis kon gaan.
Later ging de communicatie een stuk soepeler. De broer die we dachten nooit meer te zullen zien, wipte in de jaren zeventig tijdens een rondreis door Europa aan in Ferwert. En omgekeerd vlogen moeder en ik naar Canada.
Bellen was geen uitzondering meer, er werd gefaxt en nog weer later gemaild. Als mijn broer een visweekendje had gehad, konden we in Friesland een dag later op de computer reusachtige Canadese vissen bewonderen.
Voor mijn gevoel was de grens van het technisch mogelijke wel bereikt, toen mijn broer vanuit zijn auto in Canada telefoontjes met It Heitelân begon te plegen.
Vergeleken met die vroege begintijd kun je nu met mensen aan de andere kant van de wereld contact houden en discussiëren alsof ze om de hoek wonen en er komen nog steeds nieuwe mogelijkheden.
Skypen, een soort beeldtelefoon via de computer. Video conferenties, waarbij je met een aantal mensen live zit te vergaderen terwijl je op verschillende plaatsen bent. Er is een bedrijf dat wereldwijd opereert en dat op alle vestigingen deze apparatuur heeft geïnstalleerd, met overal dezelfde achtergrond, zodat het net lijkt alsof het één groot kantoor is.
Zelf heb ik sinds een tijdje een Blackberry en ik twitter. Ik loop op het Vlielander strand, maak een foto, verstuur hem met m´n mobiel naar http://twitter.com/tomvanmourik en klaar is kees. Iedereen kan de foto bekijken en erop reageren. Met hetzelfde apparaatje ga je daarna je mail en je agenda bijwerken, of je kijkt even op Internet of er nog wat gebeurd is. Het is niet te zeggen waar het stopt en het is fascinerend.
Mijn broer is een Canadees in hart en nieren geworden. Een echte landverhuizer. Bij het slotconcert van Simmer 2000 in het WTC Expo zaten we naast elkaar. Hij spreekt nog een beetje Snekers en op 14 augustus is hij jarig. Misschien is het wel leuk als ik hem eens een brief schrijf. Gewoon, op papier, U weet wel. Lekker nostalgisch!
Column Tom van Mourik,
Leeuwarder Zaailandkrant editie 7 2010