Toen ik een jongetje was, werd het heel gewoon gevonden dat iemand die 65 werd, ook meteen verhuisde naar het bejaardentehuis. In Ferwert was dat Foswert, toen heel klein en nu een imposant gebouwencomplex.
Bejaardenhuis.
De rekening voor de verzorgingskosten leverde op een gegeven moment scheve gezichten op. De kosten van de ene bewoner werden volledig door de bijstand betaald, terwijl een andere bewoner in 20 jaar tijd de opbrengst van een complete boerderij verwoonde. Het systeem werd echt onbetaalbaar toen mensen uitvogelden dat je je geld ook eerst gewoon op kon maken, voordat je een beroep op de bijstand deed.
Er is daarna heel veel veranderd in de regeltjes, maar vooral ook in de manier waarop tegen ouderenhuisvesting wordt aangekeken. Je ziet nu dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig zijn en eventueel daarna nog een aantal jaren in een verzorgings- of verpleegtehuis wonen. Doordat de woonduur steeds korter wordt, zijn er met steeds meer ouderen juist minder verzorgingsplaatsen.
Langer zelfstandig wonen kan wel inhouden dat het wereldje steeds kleiner wordt, vooral als iemand alleenstaand is. Wat je de laatste jaren ziet, is dat er op heel veel manieren geprobeerd wordt om zowel qua wonen als contacten nieuwe oplossingen te bedenken.
Er lopen tegenwoordig omtinkers rond, en her en der zijn mooie projecten met aangepaste koop- en huurwoningen gerealiseerd die het mogelijk maken dat ouderen langer in eigen dorp of omgeving kunnen blijven wonen. Ik vind zelf de woonvorm voor ouderen in Eastermar daarvan een perfect voorbeeld.
Ik heb me wel eens afgevraagd of daar voor Fryslân ook kansen liggen. We hebben ruimte, een perfect landschap, mooie dorpen en leuke gemeenschappen. Zouden mensen uit de Randstad de drukte daar, niet willen verruilen voor de kwaliteiten hier? Dat zou voor Fryslân een hele goede impuls voor de werkgelegenheid kunnen betekenen, waarbij tegelijk veel mensen gewoon een betere quality of life kan worden geboden.
Tom van Mourik.